VR 21.08

19U00

Competitie

KMSK Deinze - Union

Logo Union

Union

Stamnummer
10
Clubkleuren
Blauw - geel
Website
http://www.rusg.brussels
Trainer
Felice Mazzu
Stadion
Joseph Marien Stadion
Adres
Brusselsesteenweg 223, 1190 Bruxelles
Telefoon
02 544 03 16

C'est l'Union qui sourit

 

Het is de titel van het legendarische clublied van Royal Union Saint-Gilloise. We konden niet achterhalen van wanneer het dateert ... maar het is zéker al méér dan 70 jaar oud, want we herinneren het ons nog uit onze jeugdjaren ... toen we met “Beerschot” naar het Dudenpark togen. Legendarisch clublied van een even legendarische club die ook kan gekoppeld worden aan het getal “60”, want wie heeft er nog nooit gehoord van “Union '60” ?  We hebben getracht een zo goed mogelijk overzicht te geven van de geschiedenis, waarvan het mooiste gedeelte plaats heeft voor de Tweede Wereldoorlog. Na de drie titels op rij in het midden van de jaren dertig begon de “ster” van R. Union Saint-Gilloise wat te tanen ; op een ogenblik dat de intussen verdwenen aartsrivaal R. Daring Club Brussel nog twee titels in de wacht sleepte (1936 en 1937) en de concurrent uit Antwerpen, R. Beerschot A.C., dat eveneens deed  (1938 en 1939). Toen verscheen R.S.C. Anderlechtois voor het eerst aan het firmament ... want eerst definitief tot de hoogste nationale afdeling doorgedrongen in het jaar 1935.   

 

Union Saint-Gilloise

 

Oprichting en start

 

In de eerste helft van het laatste decennium van de 19de eeuw werd Union Football Club (Elsene) opgericht. Deze club was er ook bij als de U.B.S.S.A. werd opgericht en zou aan het eerste kampioenschap (1895-1896) deelnemen, waarin het als allerlaatste eindigde en slechts één wedstrijd won, bij Racing C.B. (0 - 1). Daarna diende deze kleine club er echter mee te stoppen. Het laatste wapenfeit van Union F.C. was een liefdadigheidswedstrijd, voor het seizoen, tegen Sporting Club de Bruxelles. De opbrengst was 51 fr. ! Destijds was het zo dat een club zich kon inschrijven voor het kampioenschap, als het zich financieel sterk genoeg achtte. Nieuwe clubs begonnen er dan ook het liefst aan in de Afdeling II, dat een provinciale competitie was, om daarna te beslissen zoals bij Skill F.C. in 1899-1900,  waarvan de naam daarna gewijzigd werd in Skill Club.

 

Er mag gesteld worden dat Union Saint-Gilloise ook in dat geval was. Het werd opgericht op 1 november 1897, op een ogenblik dat in het land de klokken luidden voor de kerkelijke feestdag “Allerheiligen”. In de buurt van het gemeentehuis, in een klein cafeetje in de ‘avenue Paul Dejaer’, stichtten een tiental jonge kerels (leerlingen van het college Saint-Michel) een nieuwe club, die aanvankelijk in zwart-witte uitrusting acteerde. Dat veranderde een jaar later in geel-blauw (de kleuren van de gemeente Sint-Gilles) als de jonge vereniging bij de “Bond” aansloot of de Union Belge des Sociétés de Sports Athlétiques. Die aansluiting werd op 29 september 1898 bekrachtigd, waardoor de club van start kon gaan in “afdeling II” (provincie Brabant), in het seizoen 1898-1899

Die reeks was samengesteld uit voetbalverenigingen uit het Brusselse, waarin ook drie “2de elftallen” van enkele eersteklassers. Op het einde van het seizoen 1900-1901 drong “Union Saint-Gilloise” door tot de eerste afdeling, na een provinciale en een nationale eindronde ! Voor het eerst zou er dus een sportieve promovendus zijn (we denken daarbij niet aan Skill F.C.), Die kwam uit een “all Brussels final”.  Daarin versloeg Union Saint-Gilloise de eeuwige rivaal Daring Club Brussels, wat toen de naam was, met 12 - 0 !  Het begin van een schitterend avontuur in de hoogste afdeling van ons vaderlands voetbal, dat ongeveer een halve eeuw zou aanslepen !

 

Zeven titels in dertien seizoenen !

 

Het eerste seizoen (1901-1902) onder de “elite” werd al meteen op zeer degelijke wijze aangevat en afgesloten. Door de uitbreiding van negen naar elf clubs werd ook het ‘format’ van de competitie op het hoogste niveau aangepast. Uitbreiding, inderdaad, want naast Union Saint-Gilloise was Antwerp F.C. er terug bijgekomen na een jaartje afwezigheid door de overstap van bijna alle spelers naar het nieuw opgerichte Beerschot A.C. ! In feite was zo’n indeling reeds de vorige twee seizoenen gebeurd, maar dat kon toen wel met een korreltje zout genomen worden. We gaan er dan ook verder niet op in. Voor het seizoen 1901-1902 werden de elf clubs op geografische wijze ingedeeld. De provincies West-Vlaanderen (F.C. Brugeois en C.S. Brugeois) ; Antwerpen (Antwerp F.C. en Beerschot A.C.) en Luik (F.C. Liégeois en Verviers F.C.) telden elk 2 clubs de provincie Brabant, de stad Brussel in feite, telde 5 clubs (Léopold C.B., Racing C.B., Athletic & Running C.B., Skill F.C. C.B. en Union Saint-Gilloise). De zes onderlijnde clubs werden in reeks ‘A’ ondergebracht, de vijf andere in reeks ‘B’. Er werd bij loting beslist welke Brusselse clubs er in de ene reeks zouden ingedeeld worden en welke in de andere. Het format was verder eenvoudig de nummers één en twee van elke groep zouden de play off betwisten in heen- en terugwedstrijden.

 

Er werd met nul punten gestart, destijds maakte men het dus niet zo moeilijk als nu het geval is. “Union” leverde een opmerkelijke prestatie door ‘zijn’ reeks winnen. Er werden zeven van de acht wedstrijden gewonnen, die ene verlies wedstrijd kwam er dan nog omdat men eind januari 1902 de verplaatsing naar F.C. Liégeois niet wenste te maken, waardoor de punten aan de thuisploeg werden toegekend. Dat waren zaken die zeer regelmatig voorkwamen. Het waren toen merkwaardige toestanden ! Léopold C.B. (2de uit reeks B) , Racing C.B. en Beerschot A.C. waren de andere deelnemers in de eindstrijd. Racing C.B. en Léopold C.B. eindigden met gelijke punten en dienden een testwedstrijd te spelen. Meegeven, toch dat in die play-off, eerder, Léopold C.B. een einde stelde aan een reeks van 32 wedstrijden zonder nederlaag van “Racing”. In de “finale”, op het terrein van Léopold C.B. betwist, werd op verzoek van Bondsvoorzitter Edouard Baron de Laveleye een Engelse referee aangesteld om de wedstrijd te leiden. Racing Club de Bruxelles won de wedstrijd met 4 - 3, na verlengingen, en werd de eerste club die vier titels wist te vergaren, ook als eerste drie op rij !

 

Het seizoen 1902-1903 werd volgens hetzelfde concept beslist, maar met slechts 10 clubs. Olympia Club de Bruxelles wenste blijkbaar niet te promoveren en Skill Club ging op in een grote fusie met Daring F.C. de Bruxelles en U.S. Molenbeekoise om tot Daring Club de Bruxelles te komen. In dat seizoen liet Union Saint-Gilloise zich opnieuw gelden. In groep ‘A’ kregen de twee Brugse en de twee Antwerpse clubs het gezelschap van Léopold C.B., terwijl in groep ‘B’ Union werd vervoegd door Racing.C.B.. Deze beide clubs moesten het in de eindronde opnemen tegen Léopold C.B. en Beerschot A.C.. Racing Club de Bruxelles werd overtuigend kampioen, voor Union Saint Gilloise en Beerschot.A.C. ex-aquo ! In een beslissingswedstrijd op het terrein van Léopold C.B. eigende Union Saint-Gilloise zich uiteindelijk de tweede plaats toe door een 4 - 1 zege tegen Beerschot A.C.. Er mag gesteld worden dat de “Unionisten” gelanceerd waren, wat zich onmiddellijk zou uiten.

 

Voor het seizoen 1903-1904 waren twaalf clubs ingeschreven ; Beerschot A.C. zelfs op het aller-laatste nippertje, blijkbaar door een fout bij de Post. Merkwaardig genoeg werden de twee groepen ingedeeld in respectievelijk zeven en vijf clubs. In groep ‘A’ kregen de ‘Vlaamse’ clubs het gezelschap van de Brusselaars Union Saint-Gilloise, Athletic & Running C.B. en het gepromoveerde  Olympia C.B.. In groep ‘B’ zat ook een promovendus ... Daring Club de Bruxelles, de twee rivalen van de seizoenen er voor Racing C.B. en Léopold C.B. ; nog steeds F.C. Liégeois en Cercle Sportif Verviétois, of de (moeilijke) fusie tussen Verviers F.C. en Stade Wallon. Het was de laatste maal dat de competitie in de eerste nationale afdeling, Afdeling I genoemd, in poules werd betwist.

Union Saint-Gilloise stak er met kop en schouders boven uit. In groep ‘A’ won het elf wedstrijden van de twaalf en verloor slechts éénmaal buitenhuis, met 2 - 1 op C.S. Brugeois. Belangrijke twee-punter voor ‘Cerkeltje’, dat daardoor op het einde met gelijke punten eindigde als rivaal F.C. Brugeois en een testwedstrijd mocht spelen voor een plaats in de “play offs”. Club won op het terrein van Léopold C.B. met 2 - 4, waardoor er een nieuweling in die eindronde zat, want in groep ‘B’ hadden Racing C.B. en Léopold C.B. zich allebei gekwalificeerd. Union Saint-Gilloise won al zijn wedstrijden en kroonde zich voor de eerste maal in zijn geschiedenis tot Kampioen van België ; na F.C. Liégeois (1896, 1898 en 1899) en Racing Club de Bruxelles (1897, 1900, 1901, 1902 en 1903). Een jaar later, seizoen 1904-1905, voegde Union Saint-Gilloise een tweede titel toe aan zijn palmares. Nu in een kampioenschap dat uit één reeks bestond van 11 clubs, omdat Olympia Club de Bruxelles zich niet inschreef en vrijwillig degradeerde ... en er uit Afdeling II geen promovendus was, reeks waarin Union Sait-Gilloise II kampioen werd, gingen er dus slechts elf ploegen van start in Afdeling I.

 

De stad Brussel leverde vijf gekende clubs, de anderen waren ook nog steeds dezelfden de provincies West-Vlaanderen, Anwterpen en Luik leverden er allemaal twee. Op het einde van het seizoen hield Athletic & Running Club de Bruxelles er mee op. Het eindigde ook laatste in de competitie met nul punten. Nadat het zijn eerste zeven wedstrijden verloren had, verklaarde het nadien dertien keer FF 5 - 0. Score die door de “Bond” was ingevoerd vanaf het seizoen 1903-1904.  Union Saint-Gilloise werd onbedreigd kampioen. Het verloor slechts twee wedstrijden, allebei ‘at home’ tegen Beerschot A.C. (2 - 3) en Léopold C.B. (1 - 2) en moest er ook een gelijk spel toestaan tegen Racing C.B. (2 - 2). Uit 1904 dateert ook het gekende citaat “het laatste kwartier van Union”, dat eerst jaren later echt toepasselijk werd. Paul Gremeau pepte toen zijn medespelers aan door hen toe te roepen “ Komaan gasten ! Het laatste kwartier, alles geven wat  ge nog in uw lijf hebt ! ”.

 

Voor het seizoen 1905-1906 bleven er in de hoogste afdeling nog tien clubs over, die we intussen al van buiten kennen. Er werd wel een nieuwigheid ingevoerd. Voortaan zouden er nu vaste degradanten en promovendi zijn ! In afdeling II (nog steeds provinciaal) werd  na de eindronde Union Saint-Gilloise II kampioen. Dat mocht echter niet promoveren, waardoor het tweede geklasseerde S.C. Courtraisien ... de eerste officiële promovendus was van ons voetbal. Uiteraard moest er ook een club degraderen. Beerschot A.C. mocht de “eer” opstrijken de eerste échte degradant te zijn. Merkwaardig dat het wél een puntje ontfutselde van Union, op het Kiel werd het 2 - 2. Dat was één van de drie draws die Union Saint-Gilloise dat seizoen liet optekenen. Ook de twee Brugse clubs pakten een puntje af van de Brusselaars. Cercle away en Club at home 2 - 2. F.C. Brugeois verloor slechts één wedstrijd, op Union, en werd daarmee vice-kampioen. Union Saint-Gilloise werd kampioen en haalde zijn derde titel op rij binnen ! Het overwicht van de “Apachen” in het seizoen 1906-1907 was groot. Die nickname dateert van 1902 omdat Union zo strijdlustig en populair was. Verwees meer dan waarschijnlijk  naar een Parijse groep straatjongens en jonge delinquenten.

 

Les Apaches ”, bijnaam die nu nog in gebruik zou zijn, werd gebezigd in een wedstrijdverslag in “La Vie Sportive” van de ontmoeting C.S. Verviétois - Union Saint-Gilloise van 21/10/1906, waarin de Unionisten het moeilijk hadden, nadat ze een week eerder ‘at home’ verloren hadden van Racing C.B.. (2 - 3). Uiteindelijk werd met 0 - 3 gewonnen en vielen de meeste doelpunten wellicht in het laatste kwartier ! Hoe dan ook, Union Saint-Gilloise werd overtuigend kampioen, want behoudens die ene nederlaag won het al zijn wedstrijden. Vierde titel op rij, maar Racing Club de Bruxelles diende zich weer aan. C.S. Verviétois degradeerde en Beerschot A.C. promoveerde terug naar de hoogste afdeling. Dramatische ontknoping van het seizoen 1907-1908, waarin geen degradant zou zijn. Werd nog betwist met 10 clubs, maar zou een jaar later naar twaalf clubs verhoogd worden. De sleutelmatch in de titelstrijd  vond plaats op zondag 2 februari 1908. Op het terrein van Léopold C.B. stonden de twee Brusselse titelpretenden, Union Saint-Gilloise en Racing Club de Bruxelles, tegenover elkaar. Racing was de fiere leider en telde maar één verliespunt (F.C. Brugeois 0 - 0), de Unionisten hadden er twee nederlagen opzitten (Daring C.B. 2 - 0 en Racing C.B. 3 - 1). De inzet was dus belangrijk, want alleen een overwinning hield Union Saint-Gilloise op titelkoers.

 

De wedstrijd ontaardde compleet, zware overtredingen en overrompeling van het terrein door het publiek. Met nog acht minuten te gaan, bij een 2 - 3 score voor “Racing”, werd de wedstrijd door de scheidsrechter stilgelegd. Uiteraard werd de zaak door de U.B.S.S.A. onderzocht.

Al op 16 februari 1908 volgde er een uitspraak ! De voornaamste was daarbij dar Union Saint-Gilloise de wedstrijd met FF 0 - 5 verliest. Daarmede was ook de titelstrijd gestreden en beslist ! Racing Club de Bruxelles werd kampioen met slechts één verliespunt en won bovendien al zijn thuiswedstrijden ! Het werd de zesde en laatste titel voor de club met het stamboeknummer “6”. C.S. Brugeois, van zijn kant, eindigde allerlaatste, maar zou dus niet degraderen ingevolge de uitbreiding van de hoogste afdeling met twee clubs. Na afloop van de eindronde van Afdeling II promoveerden Racing Club de Gand (eerste Oost-Vlaamse club om zo ver te geraken) en S.C. Excelsior de Bruxelles. Er mag gesteld worden dat het een “walk over” voor Union Saint-Gilloise betrof, want kampioen in het seizoen 1908-1909 met slechts drie verliespunten. “Away” draws in de maand november 1908 (Racing C.B. 0 - 0 ; Daring C.B. 3 - 3 en F.C. Brugeois 1 - 1). “Union” won ook al zijn thuiswedstrijden, waarvan ééntje met FF 5 - 0 tegen F.C. Liégeois. Dat was op  20 december 1908 waarbij de oorzaak wellich de verplaatsing was in winterse omstandigheden. Meegeven toch dat Union Saint-Gilloise 101 doelpunten scoorde en er slechts dertien incasseerde. Merkwaardig daarbij was het feit dat Vahram Kevorkian, de spits van Beerschot A.C. topschutter werd met 30 doelpunten.   Het was een van de beste voetballers uit die tijd, die echter overleed op 17 juli 1911 na complicaties  bij een operatieve ingreep voor een blinde darm ontsteking. De Antwerpenaars hadden in dat seizoen, nà Union, de beste aanvalslinie met 64 doelpunten. Onderaan degradeerde R.C. de Gand.

 

Iedereen maakte zich daarna op voor het seizoen 1909-1910, waarbij een nieuwigheid. Doordat alsmaar meer clubs aansloten werd er nu ook een “nationale bevordering” in te leven in het leven geroepen. Dat werd dus het tweede niveau, waarop we niet verder ingaan want het gaat hem ten slotte om Union Saint-Gilloise ! Standard Club Liégeois maakte voor het eerst zijn opwachting in de hoogste afdeling. De Luikse club zorgde voor het eerste opmerkelijk feit van de competitie, een stunt zeg maar ! Op 14/11/1909 werd Union Saint-Gilloise te Sclessin, aan de boorden van de Maas, met 2 - 0 verslagen. Merkwaardige nederlaag na 33 wedstrijden zonder verlies te hebben volbracht !  Desalniettemin zouden de uittredende kampioenen een opmerkelijk seizoen spelen, met de beste aanval (90 goals) en de beste verdediging (15 goals), maar waarin het wel driemaal verloor. Immers er volgde nog een nederlaag op 20/02/1910 bij de promovendus S.C. Courtraisien (2 - 1). De derde nederlaag was ongetwijfeld de pijnlijkste. Op de allerlaatste speeldag ontving Union Saint-Gilloise de eerste belager F.C. Brugeois. De geel-blauwen hadden genoeg aan één punt om kampioen te spelen, maar ze verloren met 1 - 2. Er volgde een testwedstrijd, die méér dan een maand later werd afgehaspeld. Op het terrein van La Gantoise haalde Union Saint-Gilloise het met 1 - 0 en werd voor de zesde maal kampioen van België.

 

In 1910-1911 kwam “Union” niet in het titeldebat voor. Dat seizoen werd niet alleen ook gekenmerkt door de deelname van de eerste Mechelse club in Afdeling, Racing Club de Malines dat kampioen was geworden in de nationale bevordering (1909-1910) ; maar eveneens door de verschillende incidenten met toeschouwers nà enkele wedstrijden en, vooral, door de strijd om de titel tussen Cercle en Club Brugge. De laatste wedstrijd was beslissend. Club moest winnen om kampioen te worden, Cercle had aan een punt genoeg. Het werd 1 - 1 en met Cercle Sportif Brugeois kwam er een nieuwe naam op de lijst met de kampioenen. Alphonse Six van Cercle werd topschutter met 40 doelpunten. Voor het seizoen 1911-1912 paste de “Bond” de degradatie aan, er zouden twee clubs degraderen en twee clubs promoveren uit de nationale bevordering. Er kwamen als maar meer clubs bij en er waren ook weer incidenten. S.C. Courtraisien was gezakt, Racing Club de Gand had zijn plaats heroverd en de titelstrijd werd een Brussels onderonsje tussen Daring C.B. en Union Saint-Gilloise. Er kwam een nieuwe naam op de Ere-tabel, want “Daring” werd kampioen met twee punten voorsprong op Union. Racing C.B. (derde) leverde de topschutter met Maurice Bunyan (33 goals).

 

De twee laatste kampioenschappen voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog stonden helemaal in het teken van de tweestrijd Union ↔ Daring. Het seizoen 1912-1913 werd hoogst merkwaardig. Eerst meegeven dat Racing Club de Malines en Léopold Club de Bruxelles waren gedegradeerd ; F.C. Liégeois en C.S. Verviétois waren opgeklommen. Het werd een nek-aan-nek tussen de twee Brusselse rivalen, die beiden al hun thuiswedstrijden wonnen. Vermits ze op verplaatsing ook allebei tweemaal verloren en tweemaal gelijk speelden, eindigden ze beiden met gelijke punten en diende er een testwedstrijd gespeeld te worden. Op 27 april 1913 stonden ze tegenover elkaar op het terrein van Léopold C.B., dat toen de meeste mogelijkheden bood.

Union Saint-Gilloise haalde het met 2 - 0 en werd voor de zevende maal kampioen van België een totaal dat eerst op het einde van het seizoen 1955-1956 zou geëvenaard worden door die andere Brusselse club R.S.C. Anderlechtois. R. Beerschot A.C. bereikte ook dat totaal in 1939, maar dan had Union Saint-Gilloise er al elf nationale titels opzitten !  In dat seizoen 1912-1913 werd ook voor de tweede maal om de Beker van België gestreden. In 1911-1912 won Racing.C.B. van R.C. de Gand met 1 - 0.  In 1912-1913 won Union Saint-Gilloise van C.S. Brugeois met 3 - 2 na verlengingen. In 1913-1914 deden ze dat over tegen F.C. Brugeois (2 - 1). Maar eerst nog eens terug naar het einde van het seizoen 1912-1913. Toen al doken er betwistingen op m.b.t. de transfers en het statuut van de amateurs en de beroepsvoetballers. Toen al stelde R.W. Seeldrayers dat het professionalisme vroeg of laat een feit zou worden ! Maar wat was er aan de hand ? In de loop van het seizoen werd er wel wat gefoefeld en werden er spelers benaderd, die dan bepaalde sommen geld werden aangeboden. Er volgden hevige discussies en met stelde zelfs dat niet alleen de spelers moesten bestraft worden, maar ook hun clubs door hen een FF nederlaag aan te smeren of hen gewoon de gewonnen punten af te trekken ; zonder ze aan de tegenstrever toe te kennen. Als puntje bij paaltje kwam zou Daring C.B. enkele punten kunnen recupereren, waardoor Union Saint-Gilloise, dat zich niets te verwijten had, de titel zou kwijtspelen. Daarop nam de heer Wauthez van Daring C.B. het woord en stelde dat zijn club de titel niet wenste die het op het terrein niet had kunnen verzilveren. Hij vond dat “Union” de titel toekwam omdat het die op een loyale en onbesproken manier op het terrein had veroverd. Het voorstel werd met een langdurig handgeklap onthaald.

 

Het seizoen 1913-1914 was het laatste voor het uitbreken van de hostiliteiten. F.C. Liégeois degradeerde met Excelsior C.B., dat nooit meer zou terugkeren en in de tweede helft van de jaren ‘20’ zou verdwijnen met hun stamboeknummer ‘20’. A.A. La Gantoise en Léopold C.B. waren de promovendi. Het zou het laatste seizoen worden van Léopold C.B. in de hoogste afdeling, want het degradeerde terug (samen met Standard C.L.). Toch meegeven dat het stamboeknummer ‘5’ nog altijd bestaat evenals “Léopold”, nu als Football Club ! Wat de verdere geschiedenis van Union Saint-Gilloise betreft gaan we het niet meer over de degradanten of promovendi hebben, tenzij “Union” er zelf bij betrokken is. In alle geval volgde opnieuw een tweestrijd tussen “Daring’ en “Union”, gevolgd door de twee Brugse clubs. Daring Club de Bruxelles werd voor de tweede maal kampioen met drie punten voor op Union Saint-Gilloise. De basis van de titel werd “at home” gelegd, want alle wedstrijden werden er gewonnen behoudens een 0 - 0 tegen het bedreigde Standard.C.L., dat zou degraderen nà een testwedstrijd tegen A.A. La Gantoise (2 - 0), wedstrijd die betwist werd op het terrein van Union Saint-Gilloise op de grens van Ukkel en Vorst. Merkwaardig dat behoudens de drie beginjaren Union Saint-Gilloise nooit in Sint-Gilles heeft gespeeld ! Meteen het einde van het eerste luik, want door de oorlogsjaren werd de competitie eerst hervat in het seizoen 1919-1920.

 

Twaalf wisselende jaren

 

Het begon nochtans goed voor Union Saint-Gilloise na de herneming van de competitie in 1919-1920. Ze hadden hun intrek genomen in het nieuwe stadion in het Dudenpark, aan de Brusselse steenweg. Het werd een merkwaardig kampioenschap, zeker omdat op 22 februari 1920 het seizoen voor Union al gedaan was, daar waar F.C. Brugeois nog vier (!) inhaalwedstrijden diende af te werken. Dé sleutelwedstrijd werd nochtans een week vroeger afgehaspeld, op 15 februari 1920 in het Dudenpark. Mits winst zou de titel niet kunnen ontsnappen aan de Brusselaars maar “Club” won met 1 - 2. Het won ook daarna de vier inhaalwedstrijden, waarvan drie “at home”. Op de laatste speeldag, op 21 maart 1920, kroonde F.C. Brugeois zich tot kampioen van België door een 3 - 0 zege tegen Racing Club de Malines. Meteen prijkte een nieuwe naam op de Ere-lijst. 1920-1921 leverde een nieuwe tweede plaats op voor Union Saint-Gilloise, na de eeuwige rivaal Daring C.B. dat op het einde vier punten voorsprong telde op Union. Op te merken de derde plaats van Beerschot A.C., dat zich daarna zou doen gelden met vijf titels en drie tweede plaatsen !

 

De eerste titel voor de “Mannekens” kwam er in het seizoen 1921-1922, als de eerste klasse en de nationale bevordering tot 14 clubs werden uitgebreid. Het werd een spannende strijd tussen drie clubs, want ook R. Antwerp F.C. (uiteindelijk derde) en Union Saint-Gilloise toonden zich hardnekkige tegenstrevers. Er volgde een spannende ontknoping, waarbij de “Great Old” uiteindelijk moest afhaken. Er bleven dan nog twee clubs over in het titeldebat.

Beerschot A.C. sloot zijn seizoen af op 30/04/1922 met een 0 - 2 bij S.C. Anderlechtois. Door 1 - 1 at home te spelen tegen Racing C.B., met doelman Jan De Bie in een glansrol, stond Union Saint-Gilloise twee punten achter op de Antwerpenaars, maar ze hadden nog een wedstrijd te goed. Die werd gespeeld op 28/05/1922 te Verviers en leverde een 1 - 4 zege op tegen C.S. Verviétois. Gelijkheid van punten testwedstrijd dus. Die had eerst plaats op 18 juni 1922, ingevolge, o.a., enkele interlandwedstrijden. De “belle” werd door Beerschot A.C. gewonnen op het terrein van A.A. La Gantoise (2 - 0), “Union” eindigde opnieuw als tweede. De weerwraak zou zoet zijn in het seizoen 1922-1923. Vooral in het Dudenpark was Union Saint-Gilloise ongenaakbaar. Het stond er slechts één puntendeling toe, tegen C.S. Brugeois (0 - 0). Beerschot A.C. sprokkelde dan wel méér punten op verplaatsing, maar dat was niet voldoende om de titel op te eisen, want drie nederlagen en drie draws op het Kiel ! “Union” dus voor de achtste keer kampioen van België terwijl Beerschot A.C. de tweede plaats veroverde na een zege in een testwedstrijd tegen C.S. Brugeois (2 - 0), wedstrijd die betwist werd op het terrein van Daring C.B..Toch nog twee weetjes om dit seizoen af te sluiten. In de loop van de maand november 1922 werd Union Saint-Gilloise vereerd met de titel “Royale’ ; terwijl op een heel ander vlak op 11/02/1923 de jonge 15-jarige Raymond Braine zijn opwachting maakte in het team van Beerschot A.C. naar aanleiding van de verplaatsing naar Daring C.B..

 

Daarna volgde het seizoen 1923-1924, waarbij de nationale bevordering werd uitgebreid met een reeks ‘B’. Het werd opnieuw een spannende eindstrijd met alweer een nek-aan-nek tussen twee clubs. Toegegeven, een trio bestaande uit C.S. Brugeois, R. Racing C.B. en R. Standard C.L., eindigden met een gelijk aantal punten op plaats drie. Ineens meegeven dat in 1921 de “Rouches” tot de hoogste afdeling waren doorgedrongen en er nooit meer zouden uit verdwijnen ! Maar de eindstrijd dus. Geen inhaalwedstrijden nu en de beslissing zou zich in Brussel vallen. Beerschot A.C. telde twee punten voorsprong en diende zich naar Ukkel te verplaatsen om er R. Racing C.B. partij te geven. R. Union Saint-Gilloise, van zijn kant, ontving in het Dudenpark een andere ploeg uit het Antwerpse, Berchem Sport, dat op een tiende plaats was geëindigd.. Door een “last minute goal” verloor Beerschot bij Racing Brussel met 2 - 1, met weer doelman Jan De Bie in een hoofdrol. De supporters van Beerschot waren vooral verbolgen over de leiding van scheidsrechter Charles Barette, die van 1898 t/m 1908 voorzitter was van Union Saint-Gilloise ! Dat verprutste echter zelf de mogelijke beslissingswedstrijd door 1 - 1 gelijk te spelen tegen Berchem Sport. Beerschot dus voor de tweede maal kampioen van België. Dat werd uitbundig gevierd in de Scheldestad. Op de Keyserlei en de omliggende straten stond er een massa volk aan het Centraal station de Kampioenen en de spelers van Berchem op te wachten om hen een grote hulde te brengen.

 

Ook in het seizoen 1924-1925 deed R. Union Saint-Gilloise lang mee voor de titel. De, wellicht, beslissende wedstrijd had plaats op zondag 8 maart 1925 in het Dudenpark tussen Union en Beerschot, dat op dat ogenblik vier punten voorsprong telde op de Brusselaars. Door een fel bevochte 1 - 2 zege legden de “Mannekens” de basis voor een nieuwe titel, ook en vooral gelegd in het Olympisch stadion, waar slechts twee puntjes werden verloren, tweemaal 0 - 0 tegen R.C.S. Brugeois en Daring C.B. S.R.. R. Antwerp F.C. eindigde op de tweede plaats op zes punten, R. Union Saint-Gilloise had er als derde zelfs acht minder. In het seizoen 1925-1926 zakte R. Union Saint-Gilloise nog een plaatsje en werd vierde. R. Beerschot A.C. werd de overtuigende kampioen voor R. Standard C.L. en Daring C.B. S.R.. Een jaar later, 1926-1927, had er een uitgebreide competitie hervorming plaats. Dat kwam uiteraard door het toenemende aantal clubs. Die kregen ook allemaal op 26 december 1926 een stamboeknummer toegewezen. R. Union Saint-Gilloise kreeg het nummer “10” toegewezen en heeft dat uiteraard nog altijd.

 

De hoogste afdeling werd “Ere-afdeling”, het tweede niveau “Afdeling I” en de nationale bevordering werd uitgebreid met een derde reeks ‘C’. Vier clubs streden om de titel, en daar was R. Union Saint-Gilloise nu niet meer bij, want het eindigde slechts zevende. Uiteindelijk trok R. C.S. Brugeois aan het langste eind, voor R. Beerschot A.C., op twee punten, en Daring C.B. S.R. en R. Standard C.L. op drie punten. Seizoen 1927-1928. Terwijl R. Union Saint-Gilloise als maar meer wegzakte, versierde R. Beerschot A.C. zijn vijfde titel als kampioen van Belgiië. Het won, o.a., al zijn thuiswedstrijden wat sindsdien geen enkele club nog heeft gedaan ! Ook slechts vier verliespunten, allemaal te Brussel !  In omgekeerde volgorde Daring 1 - 1, degradant Anderlecht 2 - 2 en in het Dudenpark 3 – 0 tegen Union. De enige nederlaag voor de Mannekens trouwens.

Raymond Braine, amper 21 jaar, werd topschutter met 35 goals. Een jaar later, 1928-1929, werd  hij  opnieuw topschutter, nu met 30 goals. Dat was niet genoeg om de paarswitten aan de titel te helpen. Het seizoen werd opnieuw afgesloten met een testwedstrijd, betwist  in het Oscar Vankesbeeck stadion te Mechelen, tussen R. Antwerp F.C. en R. Beerschot A.C. (2 - 0). R. Union Saint-Gilloise moest zich dat seizoen tevreden stellen met een zeer bescheiden elfde plaats. Opmerkelijk dat ingevolge een intern dispuut Antwerp geen enkele wedstrijd in het eigen Bosuil kon/mocht afhaspelen. Achtmaal werd er op Beerschot gespeeld, vijfmaal op Berchem Sport, dat zélf ettelijke keren “at home” in het Olympisch stadion uitkwam. Royale Union Saint-Gilloise dus, dat in het seizoen 1929-1930 op een achtste stek zou eindigen. R. C.S. Brugeois werd op de laatste speeldag kampioen, door het falen van R. Antwerp F.C. “at home”. Niet alleen in de allerlaatste wedstrijd, maar heel het seizoen door ... en op verplaatsing ongeslagen ! Dat seizoen ging ook de geschiedenis in met de schorsing van Raymond Braine die als “beroepspeler” werd gecatalogeerd omdat hij een café uitbaatte in de Brederodestraat. Niet vergeten dat hij toen nog maar 23 jaar oud was !

 

Het twaalfde seizoen na W.O.I was het slechtste voor R. Union Saint-Gilloise, want die term mag gebruikt worden. Men sprokkelde slechts vijf punten “away” en ook in het Dudenpark was het niet de eens zo gevreesde thuisclub. Voor de start van het seizoen 1930-1931 werd er iets belangrijks aangepast, dit om de testwedstrijden te vermijden. De verloren wedstrijden zouden de doorslag geven bij gelijkheid van punten, gevolgd door het doelpuntensaldo. En dat laatste betekende de redding van “Union”, want een gelijk aantal punten (19) met Racing F.C. Montegnée maar een merkelijk beter doelpuntensaldo. De stap naar “Union 60” was gezet.  R. Antwerp F.C. werd kampioen voor R.F.C. Malinois ; Berchem Sport werd derde (doelpuntensaldo) voor R. Beerschot  A.C., waarbij we nooit zullen weten wat indien Raymond Braine heel het seizoen had gespeeld ?

 

U n i o n  “60”  

 

Is het meest tot de verbeelding sprekende elftal uit het Belgische voetbal, in het algemeen, en de clubgeschiedenis, in het bijzonder. Het was de ploeg van de “titel-triple” 1932-33-34-35. Nochtans geen “super-elftal”, maar wel moreel zeer sterk en het kon in de slotminuten een ongunstige situatie in een minimum van tijd rechtzetten “in het laatste kwartier”, iets wat al dateert van 1904. Er mag gesteld worden dat 1931-1932 slechts een overgangsseizoen was. Desalniettemin eindigde men nog op een derde plaats, maar op zeer redelijke afstand van kampioen K. Liersche S.K. en R. Antwerp F.C.. Nochtans zou het een belangrijke rol spelen in de ontknoping van de competitie, door leider Antwerp te verslaan drie speeldagen voor het einde van de competitie (2 - 1).  De beide titel pretendenten wonnen daarna hun twee laatste wedstrijden en K. Liersche werd voor de eerste maal kampioen van België een nieuwe naam op de ere-tabel. Misschien nog het belangrijkste feit uit deze competitie was het format. De eerste afdeling werd uitgebreid met nog een reeks (B) en ook de nationale bevordering kreeg er een reeks bij (D) en dat is sindsdien nog altijd zo, vier reeksen.

 

En Union Saint-Gilloise S.R., zoals de officiële benaming toen feitelijk was ? Dat begon in het seizoen 1932-1933 aan zijn sensationele reeks van 60 wedstrijden zonder nederlaag. Het moest in het begin van het seizoen toch wat optornen tegen R. Antwerp F.C., dat uiteindelijk tweede zou eindigen op respectabele afstand. Nochtans sloop er eind 1932 toch wat paniek in de geel-blauwe rangen. Na een nederlaag bij uittredend kampioen K. Liersche S.K., volgde er op Kerstdag, 25 december 1932, een zware 4 - 1 nederlaag op R. Beerschot A.C.. Na de wedstrijd beloofden alle spelers aan hun Voorzitter, Joseph Mariën, dat ze geen enkele wedstrijd meer zouden verliezen in het lopende seizoen. Twee weken later echter, op zondag 8 januari 1933, leidde K. Liersche S.K.  tot een minuut voor affluiten nog met 1 - 2 maar door een onachtzaamheid van hun doelman pikte Pierre “Pige” Weydisch het leder mee en deponeerde het in het lege doel 2 - 2. Die speler was trouwens de grootvader van Thomas Weydisch die twee seizoenen (2008-2010) uitkwam voor K.M.S.K. Deinze. In alle geval was dat gelijke spel de eerste wedstrijd van “Union ‘60”. Het was ook de enige thuiswedstrijd met puntenverlies voor “Union”, dat dus overtuigend kampioen werd, de negende titel al ! Voorzitter Joseph Mariën kon dat niet meer meemaken, want die overleed onverwacht op 19 februari 1933, de dag van de “grote” Brusselse derby tegen Daring C.B. S.R. ; wedstrijd die uiteraard werd uitgesteld. Sindsdien draagt het stadion in het Dudenpark de naam van de gewaardeerde Voorzitter die dat was sinds april 1921.

 

In het seizoen 1933-1934 werd Union Saint-Gilloise S.R. opnieuw overtuigend kampioen, met acht punten voorsprong op Daring C.B. S.R.. Geen enkele nederlaag, uiteraard, wat het totaal aantal wedstrijden zonder nederlaag op 38 brengt. Er werd zeventien keer gewonnen en men stond negen draws toe, waarvan twee tegen. R. Beerschot A.C. dat niet verloor van “Union” ; 0 - 0 away en 2 - 2 at home. Tiende titel en de elfde, en laatste, zou een jaar later volgen op het einde van het seizoen 1934-1935. Was die even glansrijk ? Wellicht wel want met vijf punten voorsprong op K. Liersche S.K. en zelfs tien op Daring C.B. S.R.. Mààr op 10 februari 1935 verliest “Union” met 2 – 0 bij Daring en komt er een eind aan de reeks van 60 wedstrijden zonder nederlaag ! Desalniettemin wint Union al zijn home-wedstrijden, op één 1 - 1 nà tegen Daring en verliest het nog één keer (1 - 0) op Beerschot ! In alle geval een zeer sterke prestatie die twee spelers helemaal meemaakten Jacques Van Caelenberghe en “opa” Pige Weydisch ! Maar was dit het einde voor het roemrijke Union Saint-Gilloise S.R. ? Althans toch niet helemaal.

 

Voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog werden nog drie derde plaatsen verzilverd. In het seizoen 1935-1936, als R.S.C. Anderlechtois zich opnieuw had aangeboden in de Ere-afdeling, en nu voor goed, dit in een reeks met zeven clubs uit de provincie Antwerpen. En opnieuw was “Union” ongenaakbaar in het Dudenpakr, slechts tweemaal  puntenverlies ; tegen het degraderende R. C.S. Brugeois (2 - 2) en een nederlaag tegen Daring (1 - 2). Op verplaatsing echter zeven nederlagen, vandaar ! Daring C.B. S.R. werd trouwens kampioen en dat gebeurde ook het seizoen daarop in 1936-1937. Opnieuw veel punten thuis, maar away een pak minder, nochtans slechts vijf nederlagen in totaal waarvan twee tegen R. Beerschot A.C., dat trouwens als tweede zou finishen en de terugkeer van Raymond Braine begroette ! Door een domme nederlaag, met Braine, bij R.F.C. Brugeois (1 - 0) moesten de Mannekens de titel aan Daring C.B. S.R., hun vijfde en laatste.

 

De suprematie van de twee succesvolle jaren werd in 1937-1938 gebroken door R. Beerschot A.C., dat de titel veroverde voor Daring (op 5 punten) en Union (op 10 punten) dat de Mannekens nochtans klopte in het Dudenpark (4 - 3). A.R.A. La Gantoise zorgde voor de twee andere nederlagen van het stamboeknummer 13.  In 1938-1939 werd R. Beerschot A.C. opnieuw kampioen, voor de zevende en laatste maal. Union Saint-Gilloise S.R. eindigde slechts zesde maar wist wel op het Kiel te gaan winnen (0 - 3). De strafste stunt kwam van K. Boom F.C. dat Beerschot zelfs tweemaal klopte ! Daring C.B. S.R., van zijn kant, degradeerde ! Geen twee afdelingen, want veroordeeld voor omkoperij (van een speler van Union !) maar slechts één doordat Union Hutoise zijn stek in de Eerste Afdeling over liet. Tussen Beerschot en Union doken nieuwe namen op K. Liersche S.K., R. Olympic Club Charleroi, R.F.C. Malinois en R.S.C. Anderlechtois.

 

Die clubs zouden na de hervatting van de competitie, tijdens W.O. II en nà de stopzetting van de hostiliteiten, de fakkel overnemen. Alleen R. Olympic Club Charleroi zou geen titel veroveren, was er in 1946-1947 nochtans zeer dicht bij terwijl R. Antwerp F.C. zich vooraan weer deed gelden en in 1943-1944 hun derde titel in de wacht sleepte. En Union Saint-Gilloise S.R. ? Dat kwam niet meer in het stuk voor en we maken al een sprongetje degradeerde zelfs op het einde van het seizoen 1948-1949 naar de Eerste Klasse ‘A’. Daarin eindigde het in 1949-1950 op een tweede plaats, nà kampioen Daring C.B. S.R. ! Een jaar later, 1950-1951, dan toch kampioen met een goal average van liefst 102 - 23 ! 1951-1952 en R.F.C. Liégeois kaapte nog eens een titel weg. Union deed niet écht mee maar eindigde toch vierde. Belangrijke aanpassing bij aanvang van het seizoen 1952-1953. De vier reeksen “nationale bevordering” blijven dan wel behouden, maar de Ere-afdeling veranderd van naam. Het wordt nu Eerst nationale afdeling. Het tweede niveau wordt de “tweede afdeling” genoemd en er volgt een creatie van de “derde nationale afdeling”, in een reeks ‘A’ en ‘B’.

 

Een jaar later stond men op het punt om opnieuw te degraderen. Immers, eind 1953-1954 zag de rangschikking er één speeldag voor het einde als volgt uit Daring (26 pnt), Standard  (25 pnt) en Union (25 pnt). Op zondag 23 mei 1954 wonnen Standard (0 - 3 bij Sporting Charleroi) en Union (2 - 4 bij Racing Mechelen). Daring trad in het Oscar Bossaert stadion aan tegen Beerschot en moest winnen om zekerheid over het behoud te hebben. Standard was immers gered, met een beter doelpuntensaldo dan Union. Om een lang verhaal kort te houden de Mannekens wonnen de partij met 2 - 3, waardoor ze op de vierde plaats eindigden van een bewogen kampioenschap. Daring degradeerde en R. S.C. Anderlechtois werd op diezelfde laatste speeldag kampioen.

Dat gebeurde in merkwaardige omstandigheden, .omdat leider R.F.C. Malinois een rammeling opliep in het Otten stadion bij A.R.A. La Gantoise (4 - 1). In de tweede helft van de jaren “fifties” werd er nog een vierde (1954-1955) en een derde (1955-1956) afgedwongen. R.S.C. Anderlecht werd telkens kampioen, dat tweede seizoen hield Union zelfs tweemaal de toekomstige kampioen in bedwang ! Nog éénmaal zou, daarna, Union Saint-Gilloise S.R. zich in de titelstrijd mengen, alhoewel niet tot op het laatste. In 1959-1960 voerde het in de eerste helft van de competitie dan wel even de rangschikking aan,  op het einde van het seizoen was er tussen de kampioen (L. Liersche S.K.) en de achtste (R. Antwerp F.C.) slechts een verschil van zes puntjes. Het was vooral op verplaatsing dat Union te kort schoot met slechts 2 overwinningen, 5 draws en acht nederlagen. “At home” echter vijf gelijke spelen en slechts één nederlaag Beerschot 1 - 3, op zondag 27 december 1959 voor 26.000 toeschouwers. Op dat ogenblik beschouwde men de Mannekens als grootste titelkandidaat. Maar ‘t  kan verkeren zei Bredero, want een slechte tweede ronde maar toch nog vierde op slechts vier puntjes van de kampioen. Union had het ook laten afweten en eindigde op een zesde plaats, met gelijke punten dan  R.F.C. Liégeois (5e), R. Standard C.L. (7de) en R. Antwerp F.C. (8ste). Allemaal met 32 punten maar de minst verloren wedstrijden gaven de doorslag. Bovenaan werd Anderlecht tweede op één punt van Lierse en Waterschei derde op drie punten. 

 

B e r g a f  !                 

 

Het ging in de jaren zestig bergaf met de fiere club uit het Dudenpark. Zelfs een zeer bescheiden rol in de tweede helft van het klassement. Eén van de dieptepunten was de 0 - 9 nederlaag op 29 januari 1961. In dat seizoen 1960-1961 eindigde Union slechts op de veertiende plaats en wist zich op het nippertje te redden. Twee seizoenen later, 1962-1963 kan dat niet meer en Union Saint-Gilloise S.R. degradeert naar de tweede nationale afdeling. De supporters blijven hun club nochtans trouw en het werd een gewone aller-retour voor één seizoen slechts. Slechts één overwinning op verplaatsing in 1964-1965 met alle gevolgen van dien ; vijftiende en terug naar de tweede afdeling. In dat seizoen duiken er ook innerlijke problemen op, waarbij er zelfs een fusie met Daring ter sprake komt ! Uiteindelijk komt het niet zo ver en na drie seizoenen “vagevuur” opnieuwe naar “1ste”, dank zij een tweede plaats achter kampioen A.R.A. La Gantoise. Alles is terug “top” bij de club van “La Butte” (omdat het stadion op een heuvel gelegen is). De supporters zijn met velen aanwezig bij de thuiswedstrijden , het budget is rond en men droomt van grootse festiviteiten naar aan leiding van het 75-jarig bestaan in 1972. Het zou echter anders uitdraaien.

 

Al in 1968-1969 liep het verkeerd met slechts een twaalfde plaats ; waarbij Royal Daring Club de Bruxelles als laatste degradeerde en nooit meer zou terugkeren. De naam en het stamboeknummer “2” werden bij het ingaan van de jaren ‘70’ zelfs geschrapt !  Na een degelijk debuut in 1969-1970 eindigde Union op een veertiende stek. Ook de twee volgende seizoenen werden in de tweede helft van de rangschikking afgehaspeld. En dan kwam er het seizoen 1972-1973. Met slechts vier overwinningen in totaal op een héél seizoen is het uiteraard moeilijk om zich te handhaven. Merkwaardig daarbij de 1 - 3 zege bij R. Racing White (product van een fusie tussen R. White Star en R.R.C. de Bruxelles in 1963) en de 1 - 0 overwinning in het Dudenpark tegen R.S.C. Anderlechtois, dat slechts zesde zou eindigen. Union eindigde op de vijftiende plaats en R. Crossing Club Schaarbeek als allerlaatste. Zo bleven er nog maar twee Brusselse clubs over in de hoogste afdeling. Union Saint-Gilloise S.R. speelde in totaal 58 seizoenen in de hoogste nationale afdeling en staat daarmee nog altijd op een elfde plaats. Speelde daarin 1522 wedstrijden : 729x winst, 488x verlies en 305x gelijk.  Er werden 3320 goals gemaakt, 2369 geïncasseerd en 1763 punten behaald, berekend aan 2 punten voor een gewonnen wedstrijd.

 

Merkwaardig dat de laatste wedstrijd die R. Union Saint-Gilloise in de “eerste nationale afdeling” speelde plaats had in het Stedelijk Olympisch stadion van Antwerpen tegen K. Beerschot V.A.V., ... (1 - 1). De “Mannekens” verspeelden trouwens vier belangrijke punten in dat seizoen 1972-1973 door tegen de twee degradanten viermaal 1 - 1 te spelen, wat hen de tweede plaats kostte ! Na de degradatie naar de tweede nationale afdeling kwam Union daar twee seizoenen in uit om daarna nog eens te degraderen. In 1975-1976 werd het wel kampioen in de derde afdeling ‘A’ onder de benaming “Royale Union”, toen de jonge Voorzitter Ghislain Bayet er tamelijk veel geld “inpompte”. De bedoeling was om direct de stap naar de eerste afdeling te zetten in 1976-1977, maar Bayet was verder gesprongen dan zijn stok lang was.

In december 1976 worden zijn vennootschappen in faling verklaard, waaronder ook Royale Union. Nochtans was Union Saint-Gilles S.R. sterk aan het seizoen begonnen en zou ook de eerste periode titel pakken. Het bleef nog een tijdje aan de leiding, maar moest dan gas terugnemen. K. Boom F.C. werd uiteindelijk kampioen en Union eindigde op de vierde plaats, helemaal gelijk met K. Patro Eisden en K. Sint-Truidense maar gescheiden door het doelpunten-verschil. Het vijfde geklasseerde R.A.A. La Louvière was de vierde deelnemer aan de eindronde, die het ook won. Over de drie wedstrijden at home kregen “de Wolven” zo’n 37.000 supporters over de vloer !

 

Tot de nationale bevordering en terug naar tweede !

 

Na die opdoffer ging het verder “berg af” met de roemrijke club uit het zuiden van Brussel. Na drie seizoenen tweede afdeling degradeerde Union in 1979-1980 naar de derde afdeling, als vijftiende, en weer een jaar later tuimelde het in 1980-1981 naar de nationale bevordering. Daar zou men twee seizoenen in verblijven om in 1982-1983 met een titel terug te promoveren. Daar bleef het niet bij, want een nieuwe kampioenen trofee in 1983-1984, in de derde klasse ‘A’. Union Saint-Gilloise S.R. zou daarna twee seizoenen in de tweede nationale afdeling doorbrengen (1984-85-86) om dan als vijftiende terug te degraderen. Union bracht daarna 10 seizoenen door in “3deA’, ontsnapte aan de degradatie in 1992-1993 omdat Racing Jet Waver door de K.B.V.B. naar bevordering werd verwezen wegens financiële problemen. In 1995-1996 konden “les Unionistes” terug klimmen. Ze eindigden als tweede nà kampioen Olympic Charleroi en konden daardoor deelnemen aan de “play offs”. Ze wonnen hun eerste twee wedstrijden (K.F.C. Rita Berlaar 2 - 0 en  K.F.C. Herentals 1 - 2) maar in de finale verloor men in het Dudenpark van F.C. Denderleeuw (1 - 4). Uiteindelijk promoveerde Union Saint-Gilloise S.R. ook naar de tweede nationale afdeling doordat R.F.C. Seraing in de eerste nationale afdeling ophield te bestaan, opgeslorpt door R. Standard C.L..

 

Het verblijf in die tweede klasse duurde maar één seizoen (1996-1997), want op de zeventiende plaats geëindigd en dus terug naar de derde nationale afdeling. Nu voor zeven seizoenen, waarvan drie in reeks ‘A’ en vier in reeks ‘B’. In 2003-2004 overtuigende titel in “3deB”, voor O.H. Leuven. De terugkeer in de tweede nationale afdeling is niet zo overtuigend voor Union Saint-Gilloise S.R.. Van de vier seizoenen die volgden werd alleen 2006-2007 er een zonder zoorgen. Een jaar later, 2007-2008 echter eindigde men achttiende op de negentien ploegen. Sleutelwedstrijd was het verlies bij K.V. Oostende (3 - 1) op de voorlaatste speeldag.  “Den Union” verdween opnieuw naar de derde afdeling reeks ‘B’. In 2014-2015 promoveerde de club uit het Dudenpark terug naar de tweede nationale afdeling, alhoewel slechts derde geëindigd, maar wél als enige club met een licentie daarin vandaar. In het vooruitzicht van de grote competitie hervorming. En u weet het de eerste acht gingen naar “1B”, de tweede helft ging naar de Eerste Klasse Amateurs. Er waren slechts zeventien clubs, ingevolge het feit dat S.C. Eendracht Aalst uiteindelijk geen licentie kreeg.

 

Die grote competitie hervorming werd in 2016 doorgevoerd, waardoor het seizoen 2015-2016 het laatste was van de “tweede nationale afdeling” die in 1952 was opgericht. Voor de titel was de strijd uiterst spannend. R. White Star Bruxelles werd de verrassende kampioen, voor Kgl. A.S. Eupen en R. Antwerp F.C. dat de rangschikking lang had aangevoerd. Doordat de kampioen echter geen licentie kreeg voor de eerste afdeling, kon K.S.V. Roeselare als negende in de rangschikking mee promoveren. Union Saint-Gilloise eindigde op de zesde plaats die lang in het ongewisse bleef, want   een vijftal ploegen waren er bij betrokken. Uiteindelijk wist “Union” die zesde plaats in te lijven met zeven ongeslagen wedstrijden op rij, de laatste partij die niet meer beslissend was werd op K.M.S.K. Deinze met 2 - 1 verloren. Union Saint-Gilloise S.R. promoveerde dus naar het profvoetbal, of ook “1B” genoemd, waar het nu voor het vijfde opeenvolgende seizoen zal in uitkomen.

 

Unioniste un jour Unioniste toujours

 

Zijn wij in deze lange geschiedenis het een en ander vergeten ? Uiteraard, want zo moest in het seizoen 2012-2013 Union tot op het laatst strijden om het behoud in de derde nationale afdeling te verzekeren. De zeventiende ! plaats in “3deB”, betekende immers “barrages”. Het behoud diende verzekerd te worden in de ultieme wedstrijd tegen een andere “grootheid” uit het Belgisch voetbal R.F.C. de Liège. Het zou voor de winnaar derde afdeling worden en voor de verliezer bevordering. De stelling “Unioniste un jour, Unioniste toujours” uitte zich toen al duidelijk.

Het Dudenpark mocht zich al regelmatig van de talrijke aanwezigheid van “zijn” supporters verheugen. Het werd 1 - 0 en een seizoen later speelde het stamboeknummer 10 zelfs voor een plaats in de tweede nationale afdeling. Men was dan wel zesde geëindigd in “3deB”, maar door het “spel der licenties” toch toegelaten tot de “play offs”, waarin het K.M.S.K. Deinze ontmoette en uitschakelde, 2 - 0 at home en 1 - 0 verlies aan het Kanaal van Schipdonk. De finale werd uiteindelijk gewonnen door K. Patro Eisden Maasmechelen 2 - 1 in het Dudenpark en 2 - 0 in Eisden.

 

Om af te sluiten toch meegeven dat Union Saint-Gilloise S.R. zich Europees deed gelden door vijf deelnames in de Europese Beker der Jaarsbeurssteden. Die werd in het leven geroepen in 1955, twee maanden nà de Europese Beker voor Landskampioenen. Het had een heel nobel doel, namelijk het promoten van de Internationale Jaarbeurzen. Voordien waren er al talrijke vriendschappelijke wedstrijden tussen die “Foorsteden”, vanwaar het idee om er een competitie van te maken onder het devies één ploeg per stad. Vanaf 1968 nochtans ging men naar het systeem waarbij de deelname werd aangeduid volgens de rangschikking die bekomen werd in de verschillende landelijke competities. In het Engels sprak men, o.a., van de “Runners-Up” cup ! Vanaf het seizoen 1971-1972 verdween de Beker der Jaarbeurssteden en werd het de U.E.F.A. beker.

 

De eerste Belgische deelnemer aan de Beker der Jaarsbeurssteden was R. Union Saint-Gilloise in de editie 1958 - 1960. Er namen 16 clubs aan deel. De Brusselse ploeg geraakte tot in de halve finale. Het schakelde eerst de Leipzig XI uit (6 - 1 in het Dudenpark en 1 - 0 verlies in Leipzig). In de kwart finale bedwong het A.S. Roma (2 - 0 in Brussel en 1 - 1 in het latere Olympische stadion in Rome). In de halve finale dienden « les Unionistes » het Engelse Birmingham City partij te geven. De Engelsen kwalificeerden zich voor de finale door tweemaal winst met 4 - 2. De finale werd opnieuw (al laureaat in 1955-1958) door Barcelona gewonnen, 0 - 0 in Sint Andrews in Birmingham en 4 - 1 winst in Camp Nou !  

       

In de 1960-1961 editie vertegenwoordigde « Union » opnieuw de Stad Brussel. Het werd direct uitgeschakeld door A.S. Roma, 0 - 0 te Brussel en 4 - 1 verlies te Rome. Er diende nochtans niet getreurd te worden, want de « Giallorossi » haddden meteen hun « revanche » beet en zouden ook de Beker in de wacht slepen door Birmingham City te verslaan ... 2 - 2 away en 2 - 0 winst te Rome ! Ook in 1961-1962 was er een directe uitschakeling. Het Schotse Hearth of  Midlothian F.C. won zowel in het Dudenpark (1 - 3) als in Edinburgh (2 - 0). In 1962-1963 ging men wél een ronde verder. Tegenstrever in de eerste ronde was Olympique Marseille. Aan de boorden van de Middellandse Zee werd met 1 - 0 verloren, maar winst in het Joseph Mariën stadion 4 - 2. In de tweede ronde reisde men naar Joegoslavië om er N.K. Dinamo Zagreb te ontmoeten. Het 2 - 1 verlies werd aan de Brusselse steenweg goed gemaakt 1 - 0. Er diende een testwedstrijd gespeeld te worden.

 

Die had plaats in het Gugl stadion te Linz (Oostenrijk). Na een vroege 0 - 2 voorsprong moest « Union » uiteindelijk met 3 - 2 inbinden. Dinamo Zagreb stoomde door tot in de finale, waarin het door Valencia C.F. tweemaal werd verslagen 1 - 2 en 2 - 0. In 1963-1964 nam Union niet deel. Het waren R.F.C. Liégeois en A.R.A. La Gantoise die België vertegenwoordigden. De finale werd in één wedstrijd gespeeld, op neutraal terrein. In 1964-1965 volgde de laatste deelname van Union Saint-Gilloise S.R. aan de Beker der Jaarbeursteden en aan hun Europese campagnes ‘tout court’. Merkwaardig dat ze opnieuw door de verliezende finalist werden uitgeschakeld. Er waren nu drie vertegenwoordigers van ons land, want R.F.C. Ltégeois en R. Antwerp F.C. namen ook deel. Al in de eerste ronde moest Union, nipt, de meerdere erkennen in Juventus F.C. dat tweemaal met 1 - 0 won. De Italianen stoomden door naar de finale waarin ze door het Hongaarse Ferencvarosi met 0 - 1 werden verslagen, de wedstrijd had zelfs plaats in het eigen Stadio Comunale te Turijn.

 

Die Europese wedstrijden zorgden op “La Butte” in het Dudenpark regelmatig voor een zeer degelijke opkomst, waarbij uiteraard de toeschouwersaantallen van tijdens de reeks “Union ‘60” niet konden geëvenaard worden.

Desalniettemin klonk telkens het clublied herhaaldelijk door de luidsprekers van het magische Dudenpark “C’est l’Union qui sourit” iets wat de supporters nog altijd in hun hart dragen want … “Unioniste un jour, Unioniste toujours” !

                                                                                                                            Marcel Dingemans

GOUDEN RELATIES

Dakota Vastgoed MIG Motors Declercq Delikip Johan Desmet Versele-Laga AB Inbev Messer Rabotvins