De officiële clubsite

K.S.V. Oudenaarde

Stamnummer: 
81
Voorzitter: 
Luc T'sjoen
Manager: 
Guido Vanden Abeele
Trainer: 
Stefaan Leleu
Kleuren: 
geel - zwart
Stadion: 
Burgemeester (Joseph) Thienpontstadion
Adres: 
Prins Leopoldstraat 89, 9700 Oudenaarde
Telefoon: 
0478/27.26.49

Er vroeg bij !

In het begin van de XXste eeuw doken er in vele regionen van ons land voetbalclubs op. Niet overal, het was veeleer in bepaalde delen van het land ... vooral dan in de grote steden. Ook in West-Vlaanderen was men er aan begonnen en dat deinde daarna uit ten Oosten van Kortrijk naar Oost-Vlaanderen. Hoewel het ook mogelijk is dat het vanuit Gent naar het meer zuidelijke gedeelte van de provincie Oost-Vlaanderen was 'overgewaaid', naar de “Parel van de Vlaamse Ardennen”. De voetbal microbe begon in Oudenaarde al vroeg in de 20ste eeuw te ontluiken, als F.C. Audenardais op de A.V. van 28/01/1906 aangenomen door de toenmalige Union Belge des Sociétés de Sports Athlétiques.

Het trad in het seizoen 1906-1907 aan in Afdeling III Vlaanderen, maar stopte daarna de activiteiten. Na een nieuwe aanvraag werd het op 19/02/1911 terug aanvaard om dan, opnieuw, aan te treden in Afdeling III Vlaanderen (1911-1912). Doordat deze reeks voor het grootste gedeelte was samengesteld uit IIde, IIIde en zelfs IVde elftallen van andere clubs, waren er slechts drie clubs die konden promoveren : F.C. Yprois, F.S.C. Eecloo en F.C. Audenardais. Het werd uiteindelijk deze laatste, dat de volgende twee seizoenen, 1912-13 en 1913-14, in Afdeling II Oost-Vlaanderen uitkwam maar in dat laatste seizoen allerlaatste eindigde en degradeerde om er nooit meer aan te herbeginnen!

Sportkring Aldenardia werd door de U.B.S.S.A. aanvaard op 25/02/1912 als beginnende club en op 28/07/1912 als werkende. Heel lang hebben ze echter niet gewerkt, want na twee seizoenen (1912-1913-14) in Afdeling II Oost-Vlaanderen brak de Eerste Wereldoorlog uit, met alle nefaste gevolgen van dien. Ook Aldenardia hield het bij het uitbreken van W.O. I voor bekeken. Geen van de beide clubs begon er dus opnieuw aan. Na het beëindigen van de hostiliteiten sloegen ze dan ook de handen in elkaar en zo ontstond op 7 november 1919 Sport Vereniging Audenaerde.

 

Sport Vereniging Audenaerde

In 1919 ging de bal in het nationale competitie voetbal terug aan het rollen. Op de A.V. van de K.B.V.B. van 25 januari 1920 was S.V. Audenaerde al vertegenwoordigd en was ook aan de competitie 1919-1920 begonnen. De keuze van de clubkleuren was merkwaardig, want ontsproten uit het feit dat er geen voetbal uitrusting voorhanden was. Uiteindelijk werden uit de nabije kazerne gele truitjes en marineblauwe voetbal broeken gevonden, die dan later zwart zullen geworden zijn en meteen werden die als clubkleuren aangenomen.

Een kwestie van promoveren en degraderen

S.V. Audenaerde startte dat seizoen 1919-20 in Afdeling II Oost-Vlaanderen en werd er na vijf seizoenen kampioen, met een promotie naar de nationale bevordering tot gevolg. Het verblijf in “reeks A”, dat toen het tweede niveau was (1924-1925), zou tot één seizoen beperkt blijven, maar 3 jaar later promoveerde de club, die intussen het stamboeknummer 81 had gekregen, opnieuw. Het eindigde dan wel op de tweede plaats na kampioen Eendracht Aalst, maar de Ajuinen werden met een degradatie bestraft omdat ze drie zgn. “beroepsspelers” hadden opgesteld. Zeven seizoenen, van 1928-29 t/m 1934-35 kwam S.V. Audenaerde uit in de nationale bevordering reeks A. Alleen in dat laatste seizoen ging het de club uit Oudenaarde minder goed af, want allerlaatste en terug naar de provinciale afdelingen. De club werkte zich geleidelijk terug op, maar het uitbreken van de oorlog stak stokken in de wielen De competities werden hervat in 1945-46, met voor S.V. Audenaarde onmiddellijk een titel en een nieuwe promotie naar de nationale bevordering.

Dat toen nog altijd het derde niveau was, maar daar zou na zes seizoenen verandering in komen. S.V. Audenaerde bracht die door in respectievelijk de reeksen D/A/A/A/B/B, met in het seizoen 1949-1950 een fraaie tweede plaats na kampioen K.F.C. Izegem. Niet genoeg voor een promotie want alleen de vier kampioenen promoveerden. Een fraaie reeks trouwens, die “A”, met 8 clubs uit West-Vlaanderen … K.S.C. Menen (56), S.K. Roulers (134), Stade Kortrijk (161), R.F.C. Roulers (286), Stade Mouscronnois (508), K.F.C. Izegem (935), R.C. Harelbeke (1615) en S.V. Waregem (4451). Oost-Vlaanderen was met 4 clubs aanwezig R.R.C. Gand (11), R.A.S. Renaisienne (38), S.V. Audenaerde (81) en F.A.C. Meulestede (432). De 3 clubs uit de provincie Antwerpen waren aan de Rupel gelegen, een zijrivier van de Schelde Nielse S.V. (415), Rupel S.K. (2138) en V.C. V.V. Terhagen (2645). Ten slotte was Henegouwen met 1 club vertegenwoordigd … R.R.C. Tournaisien.

Zoals al herhaaldelijk aangegeven, in 1952 was er de grote competitie hervorming. Daarbij werd de nationale bevordering het vierde niveau, maar behield wel zijn benaming. De laatste (16de) van elk van de vier reeksen degradeerde naar het provinciale voetbal. Dat was het vijfde niveau geworden, waarbij elke provincie een eerste provinciale afdeling kreeg. K.S.V. Oudenaarde, dat zijn “Koninklijke” titel had verkregen op 23 mei 1951 en een naamswijziging had doorgevoerd, kwam in het seizoen 1951-1952 in reeks 'B' uit. Geen clubs uit de provincie Antwerpen meer, wel drie uit Brabant R. Ixelles S.C. (42), R.C.S. Schaerbeek (55) en R.C.S. Saint-Josse (83). Opnieuw slechts één vertegenwoordiger uit Henegouwen R.R.C. Tournai (36). Zowel West-Vlaanderen als Oost-Vlaanderen hadden zes vertegenwooridgers, waaronder enkele gekende clubs. De oudste club was K.V.G. Oostende (31), verder K.S.C. Menen (56), K. Stade Kortrijk (161), K.F.C. Roeselare (286), R. Stade Mouscronnois (508) en S.V. Waregem (4451). In Oost-Vlaanderen ... K.S.V. Oudenaarde (81), K. S.C. Eendracht Aalst (90), R. Excelsior A.C. Sint-Niklaas (239), K.S.K. Geraadsbergen (290), F.C. Meulestede (432) S.K. Beveren-Waas (2300).

Zo komen we bij de ontknoping, want er was méér dan één promovendus om de twee reeksen van de nieuwe 3de nationale afdeling in te vullen. Doordat er 14 clubs van het tweede niveau (eerste klasse A & B) naar het derde niveau werden overgeheveld, moesten er achttien uit de vier reeksen van bevordering komen. De vier kampioenen + de nrs. 2 + 3 + 4 … x 4 = 12 ; en dan nog twee clubs uit de eindronde met de 5de geplaatsten. Er moesten ook vier reeksen van 16 clubs voor de nationale bevordering worden samengesteld of 64 clubs. Er waren twee degradanten uit de Eerste klasse A & B (die dus niet naar de nieuwe derde afdeling zakten), verder de twee verliezers van de eerder vermelde “play-offs”, twintig clubs uit de provinciale afdelingen en ten slotte 4 x 10 clubs die gewoonweg in 'bevordering' bleven, of de nrs. 6 t/m 15. Daar was K.S.V. Oudenaarde bij, dat in reeks 'B' op een zesde stek was geëindigde. Er zouden nog vijf seizoenen bijkomen in A/D/C/A/D.

Van provinciaal naar 2de nationaal

Op het einde van het seizoen 1956-1957 eindigde men laatste in reeks 'D' en degradeerde men terug naar eerste provinciaal. Van 1957-58 t/m 1964-65 kwam men opnieuw in de provinciale afdelingen van Oost-Vlaanderen uit, om dan in 1965 via een titel terug naar de nationale bevordering te promoveren. Dat werd twee jaar later gevolgd door een nieuwe titel, nu in bevordering C in 1966-67. Er kon maar één seizoen van de derde afdeling (B) geproefd worden, 1967-68 het fameuze seizoen waarin Eendracht Aalst dan wel de titel pakte, maar die voor de groene tafel daarna aan Cercle Brugge verloor.

K.S.V. Oudenaarde ging voor twee seizoenen terug naar bevordering (A/C), maar werd opnieuw kampioen in reeks C in 1969-70. Er volgden 10 seizoenen derde afdeling, alweer afwisselend in reeks A en B. Dan volgde het hoogtepunt uit de Oudenaardse voetbalgeschiedenis, met in derde A, in 1979-80, een titel die hen tot in de tweede nationale afdeling bracht. Men kon het er drie seizoenen in uithouden, met op 27 maart 1982 de inhuldiging van de lichtinstallatie tegen de latere kampioen R.F.C. Séresien (0 - 2). Wat ook een verhaal op zich is, dat seizoen 1981-1982. Daarin was ook K. Beerschot V.A.V. in verzeild geraakt, na een klacht van K. Beringen F.C. voor een vermeende poging tot omkoperij in het seizoen 1980-1981 in de eerste afdeling. In alle geval ... in die tweede helft van de competitie maakte de club van Seraing een achterstand van 9 punten goed op koploper 'Beerschot' die ontknoping vindt u bij de presentatie van R.F.C. Sérésien.

K.S.V. Oudenaarde ging op de vooravond van de lente, op 20 maart 1982, 0 - 0 spelen in het Olympisch stadion op een belangrijk moment dus want op zes wedstrijden voor het einde van de competitie. Ineens meegeven dat de heenwedstrijd op 11 november 1981 op een 0 - 1 zege van de “Mannekens” was geëindigd, aan de boorden van de Schelde. Interessante reeks trouwens, die tweede nationale afdeling waar alleen nog ... K.S.V. Oudenaarde (81), K. Berchem Sport (28), K. Sint-Truidense V.V. (373), R. S.C. Charleroi (22), K.R.C. Mechelen (24) en K.F.C. Witgoor Sport Dessel (2065) die nu, de méér dan dertig jaar hebben doorstaan. Wat de tien andere clubs betreft, daarvan hebben alleen K.F.C. Diest (41) en Eendracht Aalst (90) hun stamboeknummer kunnen behouden, na heel wat financiële of andere problemen. Er is ook een club waarvan het stamboeknummer behouden bleef, dit na een naamsverandering en zelfs een verhuis naar een ander oord, R.C. Jet Brussel (4549). Dan zijn er de clubs die feitelijk verdwenen zijn, waarvan het stamboeknummer werd geschrapt maar die op de ene of andere manier een tweede en zelfs een derde leven wisten te versieren R.F.C. Sérésien (17), K. Beerschot V.A.V. (13), K.S.C. Hasselt (37), K.R.C. Harelbeke (1615), K. Stade Leuven (18), R.A.A. La Louvièroise (93), K.F.C. Boom (58). Behoudens R.F.C. Seraing, dat er twee andere stamboeknummers voor diende te overleven, kwam het vorige seizoen (2015-2016) geen enkele andere club in de 2de nationale afdeling uit! Wat de eerste klasse amateurs betreft, voor het seizoen 2016-2017, is alleen K.S.V. Oudenaarde de overblijvende club. Zowel R.F.C. Seraing, K.F.C. Olympia Beerschot Wilrijk als K. Sporting Hasselt hebben al heel wat watertjes doorzwommen!

Naar provinciaal en terug naar boven

K.S.V. Oudenaarde degradeerde op het einde van het seizoen 1982-1983 terug naar de derde nationale afdeling, waarin het nog vijf seizoenen in derde afdeling A zou vertoeven … 1983-84-85-86-87-88. Merkwaardige reeks trouwens in “A”, dat seizoen 1987-1988 met 3 clubs uit West-Vlaanderen K.V. Oostende (31), K.S.K. Roeselare (134) en K.F.C. Roeselare (286) ; 4 uit Henegouwen R.A.E.C. Mons (44), A.R.A. La Louvière (93), R. Francs Borains (167) en R. Olympic Club Charleroi (246) ; Oost-Vlaanderen telde eveneens 4 clubs … K.S.V. Oudenaarde (81), K.F.C. Eendracht Zele (1046), K.V.K. Ninove (2373) en K.V.C. Jong Lede (3957). K.S.V. Bornem (342) was de enige vertegenwoordiger uit de provincie Antwerpen terwijl Brabant 3 deelnemers had R. Union Saint-Gilloise (10), K. Stade Leuven (18) en K.H.O. Merchtem (2242).

Al die clubs moesten zich helemaal naar het zuiden van het land verplaatsen, want ook de provincie Luxemburg was vertegenwoordigd met 1 club ... R. Excelsior S.C. Virton (200). Op die degradatie volgde een tweede uit bevordering 'A', seizoen 1988-1989, en zelfs een derde in 1989-1990 wat K.S.V. Oudenaarde terug naar eerste provinciaal verwees. Waar het moeilijk uit weg kwam, want na acht seizoenen eerste provinciaal nieuw degradatie nu naar 2de provinciaal! En dan op twee seizoenen terug. Eerst een titel in 2de provinciaal (1997-1998), daarna promotie via de play-offs (1998-1999) terug naar de nationale bevordering. Gedurende zeven opeenvolgende seizoenen, van 1999-2000 t/m 2005-06, komen de Oost-Vlamingen in bevordering A uit, om dan via een titel opnieuw in de derde afdeling te belanden (reeks A).

Daarin speelde K.S.V. Oudenaarde vijf opeenvolgende seizoenen. Na een 10de plaats, een 12de, een 5de, een 11de en een 6de volgde in het seizoen 2011-2012 -> na heel wat rekenwerk door de zaken 'Olympic Charleroi', 'K.V.V. Coxyde' en 'R.F.C. Tournai' <-. een tweede plaats wat een deelname betekende aan de “play offs”. Daarin werd de promotie naar de tweede nationale afdeling afgedwongen, na een zeer bewogen eindronde. Daarin schakelden de geel-zwarten achtereenvolgens drie derde klassers uit ... K.V.V. Hoogstraten (2 - 1 home en 3 - 3 away) ; R. Excelsior Virton (1 - 1 away en 4 - 0 home) en R.U.S. La Louvière-Centre (2x  0 - 0). In een danig goed gevuld Tivoli stadion haalden de Oost-Vlamingen het uiteindelijk met de strafschoppen 4 - 5 !

In die tweede nationale afdeling, seizoen 2012-2013, degradeerde K.S.V. Oudenaarde na een zeer bewogen seizoen en feitelijk op onverdiende wijze. Dat “dankte” het aan K.A.A. Gent en de zaak rond K.V. Kortrijk - R.A.E.C. Mons. Deze laatste club kreeg wel de overwinning FF 0 - 5 mee, voor een speler (Brecht Dejaegere) van de 'Kerels' die was ingezet maar niet op het scheidsrechters-blad was vermeld. De punten kregen ze echter niet. K.S.V. Oudenaarde verkeerde in hetzelfde geval, met een partij tegen R. White Star Woluwe, dit voor een niet spel-gerechtigde speler. De daardoor verkregen 3 punten werden eerst wel, en dan weer niet toegekend de FF 0 - 5 bleef wél behouden in alle geval mocht K.S.K. Heist (ging ook tegen de aanvankelijke beslissing in beroep) in de tweede afdeling blijven en diende K.S.V. Oudenaarde de “barrages” voor het behoud te betwisten. De motivatie van de K.B.V.B., voor het niet toekennen van de punten, gold het feit dat die kwestieuze speler wel op het scheidsrechters-blad was vermeld, maar niet aan de wedstrijd deel nam en niet wedstrijd-bepalend was (artikel 1917.1 van het bondsreglement). De Oost-Vlamingen namen uit protest niet aan de 'barrages' deel en een aangegaan beroep bij “de Bond” werd afgewezen dus terug naar de derde nationale afdeling.

K.S.V. Oudenaarde zou drie opeenvolgende seizoenen in die derde afdeling uitkomen. In 2013-2014 eindigde men op een fraaie tweede plaats, wel zeven punten achter kampioen K.R.C. Mechelen, maar tien punten voor het duo K.M.S.K. Deinze - K.S.K. Londerzeel en elf voor K.V.V. Coxyde. De deelname aan de “play offs” was een feit, maar men vroeg zelfbewust geen licentie aan, en dus geen deelname. Ook in 2014-2015 vroeg men de licentie niet aan, als men zesde eindigde. Alleen kampioen K.V.V. Coxyde en runner-up K.M.S.K. Deinze hadden toen een licentie aangevraagd, en gekregen, in die 3de afdeling 'A'.

Het seizoen 2015-2016 begon met de wetenschap dat er aan het eind een grote competitie hervorming zou worden doorgevoerd. De “Brillendragers” zagen die “1ste Klasse Amateurs” wel zitten en gingen van start met de ambitie daar bij te geraken. Daarvoor diende men kampioen te spelen, of runner-up, terwijl er ook nog een achterpoortje was via de “play-offs” via plaats 3, 4, 5 of 6 of zelfs lager als er clubs waren die geen licentie wensten aan te vragen, of ze geweigerd zagen. K.S.V. Oudenaarde haspelde een regelmatig seizoen af en kende alleen tussen midden-januari en midden-februari 2016 een dipje met slechts 3 op 15 pnt., waardoor het ook even uit de 'top zes' tuimelde. Het vertoefde slechts tweemaal op de eerste plek, op speeldag 12 en 14. Tegen de opmars van K.F.C. V.W. Hamme was geen kruid gewassen, maar men wilde wel proberen om aan die “play-offs” te ontsnappen. Bovendien kwam er ook goed nieuws uit West- en Oost Vlaanderen, doordat K.V.C. Sint-Eloois-Winkel Sport, K.F.C. Sparta Petegem en K.S.V. Temse te kennen hadden gegeven geen “Amateurs licentie” aan te vragen. Door een overtuigend slot van de competitie, 5x winst, 3x gelijk en 1 nederlaag in de laatste negen wedstrijden eindigde men uiteindelijk derde ... goed voor een rechtstreekse promotie naar de “1ste Klasse Amateurs”, want Vice-kampioen K.V.C. Sint-Eloois-Winkel Sport had dus geen licentie aanvraag ingediend. Feest dus in het Burgemeester Thienpont stadion, na afloop van de wedstrijd tegen K.S.V. Bornem (2 - 1) want direct concurrent F.C.V. Dender E.H. ging in West-Vlaanderen “de boot in” tegen Torhout 1992 K.M. (1 - 0). K.S.V. Oudenaarde eindigde met 60 punten, behaald in 34 wedstrijden voor 17 overwinningen, 9 draws en 8 nederlagen voor een goal average van 70 - 45. Mooie promotie dus, of is een een status-quo? want het blijft het derde niveau! Wat de ambities zijn van K.S.V. Oudenaarde voor het seizoen 2016 - 2017 die zullen naar alle waarschijnlijkheid niet hoger zijn dan een rustig seizoen in de “1ste Klasse Amateurs” zoals wellicht bij de meeste clubs.

De Brillendragers

De bijnamen van de clubs, of beter de bewoners van de locatie waar ze deel van uitmaken, worden opgediept uit de onuitputbare bron van het internet. Niet altijd is daar een verklaring bij zo vonden we terug dat de inwoners uit Oudenaarde ook wel “de kiekens” worden genoemd, maar niet waarom. “Boneknagers” of “bonenklakkers”, zou al dateren van méér dan een halve eeuw geleden. Had te maken met het bereiden en de verkoop van bonen of erwten, die na het drogen en warm maken “openklakten” en daarna verkocht werden op de kermissen of ommegangen.

De bijnaam “De Brillendragers” dateert van in de 16de eeuw. Ze danken die aan Keizer Karel. Die woonde dan wel in Gent, maar kwam regelmatig naar Oudenaarde waar de vorst van het Heilige Roomse Rijk een lief had! Keizer Karel was slechts vooraan in de twintig, maar al ‘Heer der Nederlanden’, ‘Koning van Spanje (als Karel V), Aartshertog van Oostenrijk en Rooms-Duits Koning en Keizer. Werd op 24 februari 1500 in Gent geboren, als zoon van Filips de Schone en Johanna van Castilië. Jong en nog niet gehuwd ‘viel’ hij in Oudenaarde, waar hij verbleef tijdens het beleg van Doornik, op de wevers-dochter Johanna van der Gheynst. Zij kregen samen een kind, Margaretha van Parma (° 28 december 1522) die later nog landvoogdes van de Nederlanden zou worden.

Op een keer stond Keizer Karel met zijn gevolg voor de gesloten stads-poorten! Hanske de Krijger was toen stads-wachter en had de opdracht om, van bovenin het Belfort, uit te kijken naar de cortège. Hanske viel echter in ’t slaap te veel gedronken? In alle geval vond Keizer Karel dat Hanske een bril nodig had, en hij liet in het wapenschild van Oudenaarde een brilletje aanbrengen, dat daar nog altijd in terug te vinden is! Zo kwamen de Oudenaardenaars aan hun bijnaam “de brillendragers”, hoewel ook wordt aangenomen dat het “brilletje” een Gotische letter “A” zou zijn van ‘Audenaerde’. Daar hebben we geen bevestiging van kunnen terugvinden. In alle geval prijkt boven op de toren van het Belfort het vergulde beeld van “Hanske de Krijger”.

 

Marcel Dingemans